Geef niet op!24-05-2013 Reageren | |
‘Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven: ‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: ‘Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.’ Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’ Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’ Lucas 18:1-8We zien in dit verhaal een weduwe die net zolang zeurde totdat haar recht werd verschaft. Het is belangrijk om vast te stellen dat deze gewetenloze, onverschillige rechter tenslotte naar de weduwe luisterde omdat hij van haar gezeur af wilde zijn en niet vanwege zijn goedheid! Er zijn mensen die denken dat met deze gelijkenis bedoeld wordt dat God net als die rechter is. Maar niets is minder waar! Onze liefdevolle, hemelse Vader lijkt in niets op de rechter in dit verhaal. Onze God is rechtvaardig, eerlijk, meelevend, barmhartig en sympathiek. Gods Woord leert ons dat God zijn kinderen heel graag zegent. Dat is zijn aard. Hij is een God die geeft, die zegent, die bemoedigt, die voor ons zorgt, die kracht geeft en liefheeft.
Jezus’ bedoeling met deze gelijkenis is om te laten zien dat zelfs een onrechtvaardige, slechte en oneerlijke rechter uitgeput raakt door het aandringen van de weduwe. Wat zal een rechtvaardige, liefdevolle God dan niet allemaal voor ons willen doen, als we weigeren op te geven. Jezus zei dan ook: ‘Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen?’ (vers 7)
Soms schijnen onze gebeden snel te worden beantwoord, en andere keren krijgen we pas antwoord na volhardende gebeden. God leidt ons niet tot volhardend gebed, omdat hij ons de eerste keer dat we bidden niet gehoord heeft. Nee, hij leidt ons tot volhardend gebed om ons geloof te beproeven. Het helpt ons juist om te groeien in vertrouwen en onze ‘geestelijke spieren’ op te bouwen.
Andrew Murray heeft hier het volgende over geschreven: ‘O, wat een diep, hemels mysterie is het volhardend gebed. De God die zegen beloofd heeft, die ernaar verlangt en wiens plan vaststaat om de zegen te geven, houdt het tegen. Het is voor Hem zo’n intens belangrijke zaak dat Zijn vrienden op aarde zeker weten dat ze volledig kunnen vertrouwen op hun rijke Vriend in de hemel, dat Hij ze traint in de school van uitgesteld antwoord, om ze te laten ontdekken hoe hun volharding echt de overhand krijgt en welke grote macht ze in de hemel kunnen uitoefenen, als ze zichzelf ertoe zetten.’
| |
' ......., zoon/dochter van......., houd je van me?'22-05-2013 Reageren | |
|
'Simon, zoon van Johannes, houd je van me?' Johannes 21:15a
Op het moment dat Jezus aan Petrus deze vraag stelde, was Petrus een gebroken man. Diep in zijn hart was een groot verdriet. Een verdriet waar alleen hij verantwoordelijk voor was. Petrus had een confrontatie met zijn ‘zelf' gehad. Hij had zijn meester verraden; de liefste persoon die hij kende had hij in de steek gelaten op het moment dat die persoon hem het hardst nodig had. En dat niet alleen, hij had nadrukkelijk ontkend dat hij iets te maken had met zijn meester uit angst ook gevangen te worden genomen.
Hij, Petrus - hij had nog wel om het hardst geroepen dat hij bereid was om zijn leven voor Jezus te geven. (Johannes 13:37b) Petrus meende wat hij gezegd had, hij was echt van plan geweest zijn leven voor Jezus te geven. Hij had er toch ook alles voor over gehad om zijn leven voor hem te leven. Drie jaar lang had hij zijn huis en zijn gezin verlaten. Hij had zijn baan opgegeven om, zoals Jezus had gezegd, een visser van mensen te worden.
Jezus had hem zelfs een nieuwe naam gegeven. 'Je zult niet meer Simon heten...' Simon, wat betekent: 'riet’, een gewas dat met elke wind meewaait. 'Je zult niet meer Simon heten, maar Petrus...' Petrus betekent rots! Wat was hij blij geweest, Jezus had zijn kwaliteiten gezien. Hij Simon, voortaan Petrus, rots. Jezus had nog meer tegen hem gezegd, hij zou een belangrijke taak krijgen in de opbouw van de gemeente. Dat laatste had hij toen nog niet zo goed begrepen, maar mooi klonk het wel.
En nu, hij had zijn meester verraden en hij had het nog niet goed kunnen maken. Hij durfde ook niet echt zijn hele hart voor Jezus uit te storten, zijn grote verdriet met hem te delen. Hoe zou Jezus reageren? Misschien zou Jezus hem wegsturen met de woorden dat hij niets meer hem te maken wilde hebben. Die gedachte alleen al was ondragelijk voor Petrus. Hij voelde zich weer Simon; geen rots, maar riet.
Maar nu staat Jezus voor hem en kijkt naar hem. Jezus praat tegen hem, hij stelt hem een vraag. Jezus noemt hem Simon, zoon van Johannes. Zie je wel: zo noemde Jezus hem ook toen hij geroepen werd door Jezus, hij is weer terug bij af. Wat gaat Jezus zeggen? Simons hart krimpt ineen. 'Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’
'Houd je echt van me?', vraagt Jezus, 'meer dan de anderen hier, de anderen die mij niet hebben verraden?' Als Jezus toch eens zou weten hoeveel verdriet hij heeft over zijn verraad, hij zou het wel uit willen schreeuwen: ‘Ja Heer, ik houd ontzettend veel van u, ik kan niet leven zonder u, ik heb zo'n spijt van mijn zonden.' Simon durft het niet meer, hij heeft wel vaker iets geroepen. Hij is gebroken, geknakt als riet.
Hij antwoordt Jezus: 'Ja Heer, u weet dat ik van u houd.’ En Jezus zegt: 'Weid mijn lammeren'.
En opnieuw vraagt Jezus hem: 'Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?'
En weer antwoordt Petrus: 'Ja Heer, u weet dat ik van u houd.'
‘Hoed mijn schapen.’
Voor de derde maal vraagt Jezus: 'Simon, zoon van Johannes, houd je van me?'
Nu raakt Jezus hem in zijn diepste pijn. Drie keer heeft Jezus hem gevraagd of hij hem liefheeft, driemaal. Driemaal heeft Petrus hem verraden en nu kan Petrus zijn tranen niet meer bedwingen en huilt hij terwijl hij Jezus antwoordt: 'Heer u weet alles, u weet toch dat ik van u houd'.
‘Weid mijn schapen'. (Johannes 21:15-17)
Wat een opluchting, eindelijk heeft hij het goed kunnen maken met Jezus. Jezus heeft zijn tranen, zijn hart gezien. Nu staat niets meer tussen hen in, de relatie is hersteld. Jezus is naar hem toegekomen en heeft alles goedgemaakt. Zijn verleden achtervolgt hem niet meer. Maar dat niet alleen, Jezus heeft hem in het bijzijn van de andere discipelen in ere hersteld. Weid mijn schapen, heeft Jezus gezegd. Hij mag de taak die hij kreeg uitvoeren. Wat een genade. Jezus vroeg alleen maar, heb je me lief, het ging hem niet om zijn kwaliteiten.
En het gaat maar door, Petrus weet niet wat hem overkomt. Jezus profeteert over hem hoe hij op een goede dag zijn leven zal geven voor Jezus en dat het zal zijn tot eer van God. Petrus begrijpt dat laatste heel goed, het zal zijn tot eer van God.
Simon bestaat niet meer. Vanaf vandaag zal hij, in de kracht van God, Petrus zijn, en leven en sterven tot eer van God.
' ......., zoon/dochter van......., houd je van me?'
| |
De totale vergeving van Jozef - 317-05-2013 Er zijn 2 reacties. Reageren | |
5. Totale vergeving houdt iemands zonde verborgen voor de persoon die het meeste voor die ander betekent.
De grootste angst van Jozefs broers was dat hun vader zou ontdekken wat zij op hun kerfstok hadden. Maar Jozef houdt het verborgen voor hun vader. Hij had kunnen zeggen: ‘Goed, nu dit alles is uitgekomen, moet je in het licht gaan wandelen met vader.’ Maar dat zei hij niet. Deze vroegere klikspaan, de jongen die alles verraadde aan zijn vader, zegt tegen zijn broers: 'Ga onmiddellijk terug naar mijn vader en zeg tegen hem... alles wat jullie me hebben aangedaan?' Nee: 'God heeft Jozef heer over heel Egypte gemaakt.'
Is dit niet precies wat Jezus voor ons doet? Jezus neemt elke vrees voor God de Vader uit ons denken weg. Als we in de eeuwigheid voor God verschijnen, zullen we ontdekken dat hij niets weet van onze zonden. Jezus heeft ons ‘in bescherming genomen’ door zijn bloed.
Later, wanneer Jakob sterft, komt er opnieuw de angst bij de broers dat Jozef nu wraak gaat nemen. Wanneer Jozef dat hoort zegt hij:
‘Wees maar niet bang. Ik kan toch Gods plaats niet innemen? Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft. Wees dus niet bang. Ik zal zelf voor jullie en jullie kinderen zorgen.’ Zo troostte hij hen en stelde hij hen gerust.’ Genesis 50:19-21 In Genesis 49 spreekt Jakob zijn laatste woorden tot zijn kinderen. Daarin zegt hij over Jozef: 'Een vruchtbare wijnstok is Jozef, een vruchtbare plant bij een bron, met ranken die reiken tot over de muur - de muur van verdrukking en van onrecht. Jozef heeft zich niet laten hinderen en is boven de muur uitgegroeid – De boogschutters, zij haatten hem, zij tergden hem (in de grondtekst staat: zij hebben zijn leven verbitterd) en schoten. Maar zijn boog bleef gespannen, zijn armen en handen soepel, door de hulp van de Machtige, de Machtige van Jakob, door de nabijheid van de Herder, de Rots van Israël, door de God van je vader, de Ontzagwekkende.’ Genesis 49:22-25
Diezelfde God is ook jouw herder. Daarom kan ook jij leren totaal te vergeven en op die manier tot je bestemming komen.
Conclusie:
Als je op een gezonde manier vandaag en in de toekomst wilt kunnen leven, dan zul je het verleden goed moeten afsluiten. Totale vergeving is daarbij essentieel. Het is niet mogelijk om Gods droom voor je leven in bezit te nemen zonder af te rekenen met de ballast uit je verleden.
| |
‘Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven: ‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: ‘Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.’ Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’ Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’ Lucas 18:1-8




