' ......., zoon/dochter van......., houd je van me?'

22-05-2013   Reageren
'Simon, zoon van Johannes, houd je van me?' Johannes 21:15a
Op het moment dat Jezus aan Petrus deze vraag stelde, was Petrus een gebroken man. Diep in zijn hart was een groot verdriet. Een verdriet waar alleen hij verantwoordelijk voor was. Petrus had een confrontatie met zijn ‘zelf' gehad. Hij had zijn meester verraden; de liefste persoon die hij kende had hij in de steek gelaten op het moment dat die persoon hem het hardst nodig had. En dat niet alleen, hij had nadrukkelijk ontkend dat hij iets te maken had met zijn meester uit angst ook gevangen te worden genomen.
 
Hij, Petrus - hij had nog wel om het hardst geroepen dat hij bereid was om zijn leven voor Jezus te geven. (Johannes 13:37b) Petrus meende wat hij gezegd had, hij was echt van plan geweest zijn leven voor Jezus te geven. Hij had er toch ook alles voor over gehad om zijn leven voor hem te leven. Drie jaar lang had hij zijn huis en zijn gezin verlaten. Hij had zijn baan opgegeven om, zoals Jezus had gezegd, een visser van mensen te worden.
 
Jezus had hem zelfs een nieuwe naam gegeven. 'Je zult niet meer Simon heten...' Simon, wat betekent: 'riet’, een gewas dat met elke wind meewaait. 'Je zult niet meer Simon heten, maar Petrus...' Petrus betekent rots! Wat was hij blij geweest, Jezus had zijn kwaliteiten gezien. Hij Simon, voortaan Petrus, rots. Jezus had nog meer tegen hem gezegd, hij zou een belangrijke taak krijgen in de opbouw van de gemeente. Dat laatste had hij toen nog niet zo goed begrepen, maar mooi klonk het wel.
 
En nu, hij had zijn meester verraden en hij had het nog niet goed kunnen maken. Hij durfde ook niet echt zijn hele hart voor Jezus uit te storten, zijn grote verdriet met hem te delen. Hoe zou Jezus reageren? Misschien zou Jezus hem wegsturen met de woorden dat hij niets meer hem te maken wilde hebben. Die gedachte alleen al was ondragelijk voor Petrus. Hij voelde zich weer Simon; geen rots, maar riet.
 
Maar nu staat Jezus voor hem en kijkt naar hem. Jezus praat tegen hem, hij stelt hem een vraag. Jezus noemt hem Simon, zoon van Johannes. Zie je wel: zo noemde Jezus hem ook toen hij geroepen werd door Jezus, hij is weer terug bij af. Wat gaat Jezus zeggen? Simons hart krimpt ineen. 'Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’  
 
'Houd je echt van me?', vraagt Jezus, 'meer dan de anderen hier, de anderen die mij niet hebben verraden?' Als Jezus toch eens zou weten hoeveel verdriet hij heeft over zijn verraad, hij zou het wel uit willen schreeuwen: ‘Ja Heer, ik houd ontzettend veel van u, ik kan niet leven zonder u, ik heb zo'n spijt van mijn zonden.' Simon durft het niet meer, hij heeft wel vaker iets geroepen. Hij is gebroken, geknakt als riet. 
Hij antwoordt Jezus: 'Ja Heer, u weet dat ik van u houd.’
En Jezus zegt: 'Weid mijn lammeren'.
 
En opnieuw vraagt Jezus hem: 'Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?'
En weer antwoordt Petrus: 'Ja Heer, u weet dat ik van u houd.'
‘Hoed mijn schapen.’
 
Voor de derde maal vraagt Jezus: 'Simon, zoon van Johannes, houd je van me?'
Nu raakt Jezus hem in zijn diepste pijn. Drie keer heeft Jezus hem gevraagd of hij hem liefheeft, driemaal. Driemaal heeft Petrus hem verraden en nu kan Petrus zijn tranen niet meer bedwingen en huilt hij terwijl hij Jezus antwoordt: 'Heer u weet alles, u weet toch dat ik van u houd'.
‘Weid mijn schapen'. (Johannes 21:15-17)
 
Wat een opluchting, eindelijk heeft hij het goed kunnen maken met Jezus. Jezus heeft zijn tranen, zijn hart gezien. Nu staat niets meer tussen hen in, de relatie is hersteld. Jezus is naar hem toegekomen en heeft alles goedgemaakt. Zijn verleden achtervolgt hem niet meer. Maar dat niet alleen, Jezus heeft hem in het bijzijn van de andere discipelen in ere hersteld. Weid mijn schapen, heeft Jezus gezegd. Hij mag de taak die hij kreeg uitvoeren. Wat een genade. Jezus vroeg alleen maar, heb je me lief, het ging hem niet om zijn kwaliteiten.
 
En het gaat maar door, Petrus weet niet wat hem overkomt. Jezus profeteert over hem hoe hij op een goede dag zijn leven zal geven voor Jezus en dat het zal zijn tot eer van God. Petrus begrijpt dat laatste heel goed, het zal zijn tot eer van God.
Simon bestaat niet meer. Vanaf vandaag zal hij, in de kracht van God, Petrus zijn, en leven en sterven tot eer van God. 
 
' ......., zoon/dochter van......., houd je van me?'
 


De totale vergeving van Jozef - 3

17-05-2013   Er is 1 reactie.    Reageren

'Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte. Ga onmiddellijk terug naar mijn vader en zeg tegen hem dat zijn zoon Jozef hem het volgende laat weten: ‘God heeft mij heer over heel Egypte gemaakt. Kom zo snel mogelijk naar mij toe.’ Genesis 45:8-9

 5. Totale vergeving houdt iemands zonde verborgen voor de persoon die het meeste voor die ander betekent.
De grootste angst van Jozefs broers was dat hun vader zou ontdekken wat zij op hun kerfstok hadden. Maar Jozef houdt het verborgen voor hun vader. Hij had kunnen zeggen: ‘Goed, nu dit alles is uitgekomen, moet je in het licht gaan wandelen met vader.’ Maar dat zei hij niet. Deze vroegere klikspaan, de jongen die alles verraadde aan zijn vader, zegt tegen zijn broers: 'Ga onmiddellijk terug naar mijn vader en zeg tegen hem...  alles wat jullie me hebben aangedaan?' Nee: 'God heeft Jozef heer over heel Egypte gemaakt.'
 
Is dit niet precies wat Jezus voor ons doet? Jezus neemt elke vrees voor God de Vader uit ons denken weg. Als we in de eeuwigheid voor God verschijnen, zullen we ontdekken dat hij niets weet van onze zonden. Jezus heeft ons ‘in bescherming genomen’ door zijn bloed.
 
Later, wanneer Jakob sterft, komt er opnieuw de angst bij de broers dat Jozef nu wraak gaat nemen. Wanneer Jozef dat hoort zegt hij:
‘Wees maar niet bang. Ik kan toch Gods plaats niet innemen? Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft. Wees dus niet bang. Ik zal zelf voor jullie en jullie kinderen zorgen.’ Zo troostte hij hen en stelde hij hen gerust.’  Genesis 50:19-21
 
In Genesis 49 spreekt Jakob zijn laatste woorden tot zijn kinderen. Daarin zegt hij over Jozef: 'Een vruchtbare wijnstok is Jozef, een vruchtbare plant bij een bron, met ranken die reiken tot over de muur -  de muur van verdrukking en van onrecht. Jozef heeft zich niet laten hinderen en is boven de muur uitgegroeid – De boogschutters, zij haatten hem, zij tergden hem (in de grondtekst staat: zij hebben zijn leven verbitterd) en schoten. Maar zijn boog bleef gespannen, zijn armen en handen soepel, door de hulp van de Machtige, de Machtige van Jakob, door de nabijheid van de Herder, de Rots van Israël, door de God van je vader, de Ontzagwekkende.’  Genesis 49:22-25
 
Diezelfde God is ook jouw herder. Daarom kan ook jij leren totaal te vergeven en op die manier tot je bestemming komen.
 
Conclusie:
Als je op een gezonde manier vandaag en in de toekomst wilt kunnen leven, dan zul je het verleden goed moeten afsluiten. Totale vergeving is daarbij essentieel. Het is niet mogelijk om Gods droom voor je leven in bezit te nemen zonder af te rekenen met de ballast uit je verleden.

 


De totale vergeving van Jozef - 2

15-05-2013   Er is 1 reactie.    Reageren
Kom toch dichterbij,’ zei Jozef tegen hen, en daarop gingen ze dichter naar hem toe. ‘Ik ben Jozef,’ zei hij, ‘jullie broer, die jullie verkocht hebben en die naar Egypte is meegevoerd. Maar wees niet bang en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden. De hongersnood teistert het land nu al twee jaar, en ook de komende vijf jaar zal er niet geploegd of geoogst worden. God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.' Genesis 45:4-8
 
2. Totale vergeving stelt de ander gerust en laat hem weer dichtbij komen.
De broers van Jozef deinsden terug toen Jozef zich bekendmaakte, maar hij zei: ‘Kom toch dichterbij!' God had in de loop der jaren aan hun hart gewerkt, en ze waren tot de conclusie gekomen dat dit ‘hun straf was omdat ze zich niets hadden aangetrokken van de smeekbeden van Jozef’ (Genesis 42:21). Omdat ze zo concreet met hun zonde werden geconfronteerd, sloeg de schrik hen om het hart. Als er ooit een moment was dat Jozef het zijn broers had kunnen inpeperen, dan was het nu, maar hij deed het niet. Integendeel, hij nodigde hen uit om dichtbij te komen.
Echte vergeving opent je hart opnieuw voor degene die jou pijn heeft gedaan. Maar daarvoor is nodig dat je God al je pijn en gevoeligheden geeft en jezelf aan hem toevertrouwt. Alleen vanuit die veiligheid kun je oprecht zeggen: ‘Kom dicht bij me.’ Zo reageert God zelf ook naar ons toe: Hij wil dat we ons volkomen op ons gemak voelen bij hem en trekt ons dicht naar zich toe, vanuit volkomen vergeving.
 
 
3. Totale vergeving staat niet toe dat die ander zich slecht voelt over zichzelf, of gebukt gaat onder schuldgevoel.
Jozef ziet de schrik en de angst op het gezicht van zijn broers. Daarom zegt hij: ‘Wees niet bang en maak jezelf geen verwijten...’  Hij wil niet dat het schuldgevoel de relatie onmogelijk maakt, en hij stelt zijn broers daarom gerust.
Maar hoe gaat het bij ons vaak? ‘Vooruit dan maar, ik vergeef het je, maar ik hoop dat je goed beseft wat je me hebt aangedaan! Het was echt een rotstreek van je!’ Als we iemand hebben vergeven, maar die ander voelt zich nog steeds verdrietig tegenover ons, dan hebben we hem niet volledig kunnen overtuigen van onze vergeving. Daarom is het belangrijk ook zelf te leven vanuit de vergeving die God ons aanbiedt. We worstelen vaak met nare gevoelens van schuld, die zelfs na oprechte bekering en berouw niet verdwijnen. We zijn bereid te geloven dat God ons vergeeft, maar kunnen onszelf zo moeilijk vergeven. Toch is het een onbetwistbare waarheid dat God ons volkomen vergeven heeft. Als zijn vergeving slechts gedeeltelijk is, zou het offer van zijn Zoon geen waarde hebben.
  
 
4. Totale vergeving maakt het gemakkelijk voor die ander om zichzelf te vergeven.
Jozef had zijn broers vergeven wat ze hem hadden aangedaan. Maar net zo belangrijk is dat zijn broers zichzelf moesten vergeven. Daarom ging Jozef zelfs nog een stap verder, door hun duidelijk te maken dat het eigenlijk logisch was dat hij hen vergaf. Hij zei: ‘God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden.’ Met andere woorden: ’Niet jullie hebben het gedaan, maar God.’ Nu konden zijn broers heel anders naar de situatie kijken: ‘Dus wij zijn eigenlijk gebruikt door God? Halleluja! We zijn instrumenten geweest in Gods hand!’ Hij gaf zijn broers hun gevoel van eigenwaarde terug en bood de gelegenheid aan met de toekomst te kunnen leven. Was het dan niet verkeerd wat ze hadden gedaan? Jawel, maar Jozef begreep de waarheid die Paulus later zou schrijven in Romeinen 8:28: 'God laat alle dingen medewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.' (NBG)
God, die boven de tijd staat, kan zelfs achteraf onze ergste momenten en diepste duisternis omvormen tot iets goeds voor onze toekomst en zijn plannen. Wat een opluchting!
 
Toch lezen veel mensen deze tekst maar tot de helft: 'God doet alle dingen meewerken ten goede…'. Dat is zo, maar voor wie? Voor wie hem liefhebben. De bijbel geeft duidelijk aan wie degenen zijn die God liefhebben: 
‘Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. 1 Johannes 4:20
Wanneer jij je broeder haat, kunnen dingen niét ten goede meewerken, want je houdt niet van God. De bijbel is op dit punt haarscherp. Als jij van God houdt, dan hou je van je naaste en dan, zegt God, dàn zal alles wat jij meemaakt, meewerken ten goede. Jij zult daardoor op je bestemming komen. Omarm daarom je vijanden, omarm je kruis! Laat je vijanden het beste in je boven brengen, niet het slechtste; dat is wat God wil met jouw leven.